LUK 10.1 Ontwikkelen

Tijdens mijn opleiding heb ik mij niet alleen ontwikkeld als docent bewegingsonderwijs, maar ook als professional. Door praktijkervaringen, feedback van verschillende betrokkenen en kritische reflectie heb ik steeds beter geleerd waar mijn kwaliteiten liggen en op welke punten ik mezelf verder kan ontwikkelen. Op deze pagina beschrijf ik hoe ik gedurende mijn opleiding bewust heb gewerkt aan mijn professionele bekwaamheid. Ik laat zien welke ontwikkeldoelen ik heb opgesteld, hoe ik feedback heb gebruikt om mezelf te verbeteren en hoe deze ontwikkeling zichtbaar is geworden in mijn handelen.

Mijn ontwikkeling als professional

Gedurende mijn opleiding heb ik bewust en planmatig gewerkt aan mijn professionele ontwikkeling. Door middel van praktijkervaringen, reflecties, het Student Volg Systeem (SVS) en feedback van stagebegeleiders en collega's heb ik steeds beter inzicht gekregen in mijn kwaliteiten en ontwikkelpunten. Hierdoor heb ik geleerd om kritisch naar mijn eigen handelen te kijken en op basis daarvan nieuwe doelen te formuleren.

Wanneer ik terugkijk op mijn opleiding zie ik een duidelijke ontwikkeling. In verschillende stages kreeg ik regelmatig terug dat ik enthousiast, betrokken en leergierig ben. Daarnaast werd benoemd dat ik opensta voor feedback, afspraken nakom en kritisch kan reflecteren op mijn eigen handelen. Tegelijkertijd kreeg ik ook ontwikkelpunten mee. Zo mocht ik mezelf soms zichtbaarder maken binnen een team, vaker initiatief tonen en mijn mening of visie eerder uitspreken. Deze feedback vormde de basis voor verschillende ontwikkeldoelen die ik gedurende mijn opleiding heb opgesteld.

(Van Hintum, 2017)

(desteven.nl, sd)

Ontwikkeldoelen

Aan het begin van mijn afstudeerstage heb ik bewust drie ontwikkeldoelen opgesteld. Deze doelen kwamen voort uit mijn eerste leservaringen, gesprekken met mijn stagebegeleider en mijn eigen reflecties op mijn handelen. Ik merkte dat ik inhoudelijk goed voorbereid was en oog had voor de leerlingen, maar dat ik mij op een aantal punten nog verder kon ontwikkelen om uit te groeien tot de docent die ik wil zijn.

Zo merkte ik dat ik bij ongewenst gedrag soms te lang wachtte met ingrijpen, waardoor onrust langer kon blijven bestaan dan nodig was. Daarnaast sprak ik mijn visie nog niet altijd uit binnen het team en nam ik in nieuwe situaties soms een afwachtende houding aan. Hoewel deze houding voortkwam uit mijn wens om eerst goed te observeren en de schoolcultuur te leren kennen, paste dit niet bij de professional die ik uiteindelijk wil zijn. Ik wil juist een collega zijn die actief meedenkt, initiatief toont en op een respectvolle manier zijn eigen visie durft te delen.

Vanuit deze inzichten heb ik de volgende ontwikkeldoelen opgesteld. Deze ontwikkeldoelen waren gericht op het versterken van mijn pedagogisch handelen, mijn professionele samenwerking binnen een team en het zichtbaar uitdragen van mijn visie. Samen vormen deze vaardigheden een belangrijke basis voor mijn ontwikkeling tot een zelfverzekerde en startbekwame groepsleerkracht en docent bewegingsonderwijs.

  1. Meer initiatief tonen in het samenwerken met collega's, omdat goed onderwijs niet alleen ontstaat door de lessen die je zelf geeft, maar ook door samen te werken, kennis te delen en gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de ontwikkeling van leerlingen en de kwaliteit van het onderwijs. Dit sluit aan bij Biesta (2020), die beschrijft dat onderwijs een gezamenlijke professionele verantwoordelijkheid is waarin leraren bewust bijdragen aan de brede ontwikkeling van kinderen.
  2. Mijn visie duidelijker uitdragen naar mijn stagebegeleider en collega's, omdat een professional keuzes moet kunnen onderbouwen en actief moet bijdragen aan de ontwikkeling van de school (Biesta, 2020).
  3. Eerder verschillende consequenties inzetten bij ongewenst gedrag, omdat een veilig en gestructureerd leerklimaat een voorwaarde is voor effectief leren en bewegen (Inspectie van het Onderwijs, sd).

Deze ontwikkeldoelen sluiten aan bij wie ik als professional wil zijn. Ik wil een collega zijn die actief meedenkt, open samenwerkt en vanuit een duidelijke visie bijdraagt aan de ontwikkeling van leerlingen en de school. Daarom vond ik het belangrijk om juist op deze onderdelen doelgericht te groeien. Ook zijn deze doelen niet willekeurig gekozen, maar sluiten aan bij mijn persoonlijke waarden en bij de vaardigheden die belangrijk zijn voor mijn toekomstige werk als groepsleerkracht en docent bewegingsonderwijs. In beide rollen werk ik dagelijks samen met collega's, leerlingen en ouders. Daarom is het belangrijk dat ik initiatief neem, mijn visie durf uit te dragen en professioneel samenwerk binnen een team. Daarnaast is het kunnen bieden van structuur, duidelijkheid en een veilig leerklimaat een belangrijke voorwaarde om leerlingen optimaal te laten leren en ontwikkelen (Inspectie van het Onderwijs, sd). Door mij juist op deze onderdelen te ontwikkelen, werk ik aan vaardigheden die ik iedere dag nodig zal hebben in mijn toekomstige beroep. Ik vind communicatie belangrijk, omdat ik ervan overtuigd ben dat goede samenwerking leidt tot beter onderwijs en een positieve ontwikkeling van leerlingen. Daarnaast zijn respect, duidelijkheid, veiligheid en structuur belangrijke waarden voor mij. Juist daarom wilde ik leren om consequenter op te treden wanneer leerlingen zich niet aan afspraken hielden en mijn visie duidelijker uit te dragen binnen het team.

Ik stelde deze doelen met een duidelijk eindpunt voor ogen. Ik was tevreden wanneer mijn ontwikkeling zichtbaar zou worden in mijn dagelijkse handelen, wanneer mijn stagebegeleider deze groei zou herkennen in de feedbackmomenten en wanneer ik zelf zou merken dat ik met meer vertrouwen initiatief nam, mijn visie durfde uit te spreken en sneller en consequenter handelde tijdens mijn lessen. Voor ieder ontwikkeldoel bepaalde ik vervolgens hoe ik hier in de praktijk bewust aan kon werken. Om meer initiatief te tonen, daagde ik mezelf uit om niet af te wachten tot collega's mij benaderden, maar zelf gesprekken aan te gaan, ideeën en observaties te delen en vragen vanuit de school actief op te pakken. Om mijn visie duidelijker uit te dragen, ben ik in gesprekken met mijn stagebegeleider en collega's bewuster gaan toelichten waarom ik bepaalde keuzes maakte en hoe deze aansloten bij mijn visie op onderwijs en bewegingsonderwijs. Aan mijn doel rondom ongewenst gedrag werkte ik door verwachtingen vooraf duidelijker uit te spreken, gedrag eerder te corrigeren, passende consequenties sneller in te zetten en tijdens lessen bewust momenten te creëren om gedrag en samenwerking te bespreken. Om deze doelen te bereiken heb ik gedurende mijn afstudeerstage planmatig gewerkt aan mijn ontwikkeling. Na iedere les vroeg ik gericht feedback aan mijn stagebegeleider over de ontwikkeldoelen die ik had opgesteld. Vervolgens reflecteerde ik op deze feedback en bepaalde ik welke concrete verbeterpunten ik tijdens de volgende les wilde toepassen. Tijdens de daaropvolgende lessen oefende ik hier bewust mee en evalueerde ik opnieuw of mijn handelen verbeterde. Daarnaast hield ik mijn ontwikkeling bij in het Student Volg Systeem (SVS), waardoor ik mijn voortgang over een langere periode kon volgen. Op deze manier ontstond een continue cyclus van feedback, reflectie, toepassen en evalueren, waardoor mijn ontwikkeling gedurende de stage steeds zichtbaarder werd. Voor mijn doel rondom initiatief en samenwerken ging ik bijvoorbeeld bewust zelf gesprekken met collega's aan, ideeën en observaties deelde ik en vragen vanuit de school vertaalde ik naar mijn eigen lessen en lessenreeksen. In de eerste feedbackmomenten kreeg ik terug dat ik nog meer initiatief mocht tonen en eerder mocht ingrijpen bij ongewenst gedrag. In latere feedbackmomenten benoemde mijn stagebegeleider juist dat ik steeds sneller handelde, mijn visie beter zichtbaar werd en meer initiatief nam binnen de school. Hierdoor werd mijn ontwikkeling gedurende de stage duidelijk zichtbaar en wordt in de volgende onderdelen verder toegelicht.

Het SVS

Om mijn ontwikkeldoelen niet alleen voor mezelf zichtbaar te maken, maar ook gericht te kunnen evalueren, maakte ik gedurende mijn afstudeerstage gebruik van het Student Volg Systeem (SVS). De feedback uit het SVS hielp mij om inzicht te krijgen in mijn ontwikkeling en liet zien in hoeverre mijn ontwikkeldoelen terugkwamen in mijn dagelijks handelen. Binnen het SVS werd ik gedurende vier feedbackmomenten beoordeeld op verschillende onderdelen van het beroep van docent bewegingsonderwijs door mijn stagebegeleider. Door deze feedbackmomenten met elkaar te vergelijken werd zichtbaar waar mijn kwaliteiten lagen en op welke onderdelen ik gedurende het schooljaar groei liet zien.

Een van de onderdelen waarop ik ben gegroeid was mijn professionele houding. Een professionele houding vormt voor mij de basis van goed onderwijs. Als groepsleerkracht en docent bewegingsonderwijs wil ik een collega zijn die betrouwbaar is, afspraken nakomt, openstaat voor feedback en verantwoordelijkheid neemt. Dit sluit aan bij mijn kernwaarden rust, structuur en respect. Daarom vond ik het belangrijk om mij niet alleen tijdens de lessen professioneel te gedragen, maar ook steeds actiever initiatief te nemen binnen het team en mijn eigen visie uit te dragen. Aan het begin van de stage werd benoemd dat ik professioneel handelde tijdens de lessen, vriendelijk was, zelfstandig werkte en feedback goed oppakte. Tegelijkertijd werd aangegeven dat ik nog weinig initiatief had laten zien binnen teamtaken en mijn actieplan. Gedurende het schooljaar werd zichtbaar dat ik steeds meer mijn weg vond binnen de school, makkelijk contact legde met collega's en actief inspeelde op vragen vanuit de school. Uiteindelijk werd benoemd dat ik professioneel handelde in mijn communicatie, planning en gedrag en dat er een duidelijke lijn zichtbaar was in de doelen die ik stelde en de manier waarop ik feedback gebruikte.

Ook op het gebied van het organiseren van lessen en lessenreeksen heb ik een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt. Het organiseren van lessen en lessenreeksen is meer dan alleen een goede voorbereiding. Voor mij betekent het bewust onderwijs ontwerpen dat aansluit bij de behoeften van leerlingen en bij mijn visie op bewegingsonderwijs. Omdat ik structuur, veiligheid en betekenisvolle leerervaringen belangrijk vind, wilde ik leren om lessen niet los van elkaar te zien, maar als een samenhangende reeks waarin leerlingen stap voor stap kunnen groeien. In eerste instantie lag de nadruk vooral op het organiseren van veilige en passende lessen waarin leerlingen zelfstandig konden bewegen. Later werd zichtbaar dat ik steeds beter inspeelde op de behoeften van leerlingen, lessen kon aanpassen wanneer dat nodig was en bewust werkte vanuit doelen en uitdagingen die aansloten bij mijn visie. Aan het einde van mijn stage werd benoemd dat mijn lessenreeksen passend waren, dat ik gemakkelijk aanpassingen maakte wanneer dat nodig was en dat ik voortdurend werkte aan het verbeteren van samenwerking binnen mijn lessen. Hierdoor groeide ik van iemand die vooral losse lessen voorbereidde naar iemand die bewust lessenreeksen ontwerpt vanuit doelen, visie en de behoeften van leerlingen.

Daarnaast ben ik gegroeid in het geven van instructies en aanwijzingen. Goede instructie is voor mij essentieel, omdat duidelijke verwachtingen bijdragen aan een veilig leerklimaat en meer effectieve leertijd (Inspectie van het Onderwijs, sd). Ik merkte dat dit goed aansloot bij mijn behoefte aan structuur en duidelijkheid. Daarom wilde ik mij verder ontwikkelen in het geven van doelgerichte instructies en het beter afstemmen van mijn uitleg op de behoeften van leerlingen. In het begin kreeg ik terug dat mijn instructies duidelijk waren, maar dat ik mijn doelen nog vaker mocht benoemen tijdens de lessen. Gedurende het schooljaar ontwikkelde ik mij verder op zowel pedagogisch als didactisch vlak. Ik leerde beter omgaan met onverwachte situaties, bleef lesgeven wanneer omstandigheden veranderden en werd steeds vaardiger in het uitdagen van leergedrag van leerlingen. Uiteindelijk werd benoemd dat ik mijn lessen voortdurend aanpaste aan de behoeften van leerlingen en hierdoor mijn doelen wist te bereiken. Deze ontwikkeling bevestigt voor mij dat duidelijke communicatie, structuur en heldere verwachtingen bijdragen aan een veilig leerklimaat. Dat sluit aan bij mijn kernwaarden en bij de docent die ik wil zijn.

Een belangrijk ontwikkelpunt binnen mijn stage was het analyseren van mijn onderwijs. Ik vind het namelijk belangrijk om niet alleen lessen te geven, maar ook kritisch te kijken naar het effect ervan. Alleen door mijn onderwijs te analyseren kan ik beoordelen of leerlingen daadwerkelijk leren en of mijn keuzes bijdragen aan hun ontwikkeling. Omdat ik mezelf wil blijven verbeteren als professional, wilde ik juist op dit onderdeel verdere stappen zetten. Ik ben van nature kritisch op mijn eigen handelen en leg de lat voor mezelf hoog. Daardoor blijf ik voortdurend zoeken naar manieren om mijn lessen te verbeteren. Het analyseren van mijn onderwijs helpt mij om keuzes niet op gevoel, maar op basis van observaties en resultaten te maken. Aan het begin van het schooljaar was ik hier nog nauwelijks mee bezig. Naarmate het schooljaar vorderde werd ik steeds kritischer op mijn eigen handelen en op het leerproces van leerlingen. Uiteindelijk ben ik resultaten en observaties uit mijn lessen bewuster gaan verzamelen. Daarbij keek ik niet alleen of een les goed verliep, maar ook naar wat leerlingen daadwerkelijk hadden geleerd en welke verschillen ik tussen leerlingen zag. Deze informatie gebruikte ik vervolgens om vervolgstappen te bepalen en mijn lessen waar nodig aan te passen.

Ook op het gebied van het verantwoorden van keuzes heb ik groei laten zien. Gedurende mijn opleiding ben ik gaan inzien dat een professionele docent niet alleen goede lessen geeft, maar ook kan uitleggen waarom hij bepaalde keuzes maakt. Dat sluit aan bij mijn wens om bewust en onderbouwd onderwijs te geven in plaats van op routine te handelen. Daarom wilde ik mijn keuzes steeds beter leren verantwoorden vanuit mijn visie, de behoeften van leerlingen en theorie. Hierdoor dwing ik mezelf ook tot ontwikkelen en dat is iets wat ik altijd wil blijven doen. Waar ik in het begin vooral bezig was met het geven van goede lessen, werd ik gedurende het jaar steeds bewuster van de onderbouwing achter mijn keuzes. Ik kon steeds beter uitleggen waarom ik bepaalde lessen, werkvormen of interventies gebruikte en hoe deze aansloten bij mijn doelen en visie. Aan het einde van de stage werd benoemd dat ik voortdurend bezig was met het verbeteren van mijn eigen handelen en het stimuleren van leergedrag bij leerlingen.

Tot slot liet ik groei zien op het gebied van managen en samenwerken. Samenwerken zie ik als een belangrijke voorwaarde om kwalitatief goed onderwijs te bieden. Ik vind open communicatie, respect en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen belangrijk. Daarom wilde ik mij verder ontwikkelen in het samenwerken binnen een team, het uitspreken van mijn mening en het professioneel omgaan met verschillende belangen. Ik ben van nature ook een persoon die graag dingen overlegt, zodat er kritisch gekeken kan worden naar bijvoorbeeld mijn handelen en er ruimte is voor verbetering en ontwikkeling. Vanaf het begin werd benoemd dat ik prettig samenwerkte met collega's en leerlingen. Gedurende het jaar ontwikkelde ik mij verder in het samenwerken binnen de schoolorganisatie en het professioneel omgaan met verschillende meningen en belangen. In de eindfase van mijn stage werd benoemd dat ik mijn mening durfde te geven, openstond voor de mening van anderen en op verschillende niveaus professionele afwegingen kon maken.

Wanneer ik terugkijk op mijn ontwikkeling zie ik dat deze vaardigheden niet los van elkaar staan, maar samen bijdragen aan de professional die ik wil zijn. Mijn groei in professionele houding, samenwerken, analyseren, instructie en het onderbouwen van keuzes sluit aan bij mijn kernwaarden en bij de eisen die worden gesteld aan een startbekwame groepsleerkracht en docent bewegingsonderwijs. Tegelijkertijd realiseer ik mij dat professionele ontwikkeling nooit stopt en blijf ik mij ook de komende jaren bewust ontwikkelen.

(ecbo.nl, 2020)

(P. Schriel, 2025)

Feedback en ontwikkeling

Naast de feedback uit het SVS vroeg ik na mijn lessen ook regelmatig mondelinge feedback aan mijn stagebegeleider. Deze feedback gebruikte ik om mijn ontwikkeldoelen verder aan te scherpen en bewust te werken aan mijn professionele groei. Hierdoor ontstond een continue cyclus van feedback, reflectie, toepassen en evalueren. In November kreeg ik bijvoorbeeld terug dat ik tips en correcties eerder mocht benoemen in plaats van hiermee te wachten tot het einde van de les. Ook werd benoemd dat ik goed rustig begon, maar beter moest controleren of deze rust gedurende de les behouden bleef.

In december kreeg ik feedback dat ik mijn verwachtingen vooraf duidelijk uitsprak, maar dat ik tijdens de les vaker positieve feedback mocht geven. Ook kreeg ik de tip om meerdere momenten in de les in te bouwen waarop ik de les stillegde om gedrag en samenwerking te bespreken. Hierdoor ontstond mijn nieuwe ontwikkeldoel rondom reflectie- en feedbackmomenten. Om hier gericht aan te werken nam ik mij voor om tijdens volgende lessen meerdere momenten bewust stil te staan bij gedrag en samenwerking. Daarbij richtte ik mij niet alleen op het corrigeren van ongewenst gedrag, maar juist ook op het specifiek benoemen van gewenst gedrag. Tijdens volgende feedbackmomenten vroeg ik mijn stagebegeleider hier opnieuw op te letten, zodat ik kon beoordelen of mijn aangepaste aanpak daadwerkelijk zichtbaar werd.

De feedback van eind december liet zien dat deze aanpak effect had. Mijn stagebegeleider benoemde dat ik mijn grenzen goed aangaf en dat ik verschillende keren het spel stillegde voor zowel positieve als negatieve feedback. Daarnaast kreeg ik terug dat ik steeds beter inzag hoe mijn eigen gedrag invloed heeft op de groep.

Ook in januari bleef ik gericht werken aan mijn doelen. Op 12 januari werd benoemd dat ik direct ingreep wanneer leerlingen zich niet aan afspraken hielden en dat ik passende consequenties toepaste. Daarnaast kreeg ik complimenten over het overzicht dat ik wist te bewaren tijdens lessen met meerdere vakken tegelijkertijd. Op 19 januari werd zichtbaar dat leerlingen zich beter aan afspraken hielden en dat eerlijk spel actief werd benoemd tijdens de lessen.

Toen deze doelen steeds beter zichtbaar werden in mijn handelen, ontstonden nieuwe ontwikkelpunten. Zo kreeg ik feedback op het efficiënter organiseren van wisselmomenten en het vooraf beter nadenken over de organisatie van de les. Ook hiermee ben ik vervolgens bewust gaan oefenen. Voorafgaand aan mijn lessen dacht ik gerichter na over de indeling van groepen, de plaats van materialen en de manier waarop leerlingen tussen activiteiten wisselden. Ik probeerde mogelijke onrustmomenten al tijdens mijn voorbereiding te herkennen en mijn organisatie hierop aan te passen. Hierdoor verschoof mijn handelen steeds meer van reageren op situaties tijdens de les naar vooraf nadenken over hoe ik deze situaties kon voorkomen. Op 26 januari werd benoemd dat ik verschillende interventies bewust inzette en consequenter handelde dan eerder in het schooljaar, maar dat ik leerlingen die minder zichtbaar waren nog actiever mocht betrekken.

Na de feedbackmomenten in januari bleef ik mijn ontwikkeling evalueren en bijstellen. Opvallend was dat de aandachtspunten uit het begin van mijn stage steeds minder terugkwamen in de feedback. Waar ik in november en december nog bewust werkte aan het eerder inzetten van consequenties, het geven van positieve feedback en het bewaken van rust en structuur, werden deze onderdelen later steeds meer een vanzelfsprekend onderdeel van mijn handelen.

Hierdoor ontstond ruimte om mijn aandacht te verleggen naar andere aspecten van het lesgeven. Mijn ontwikkeldoelen verschoven van het reageren op gedrag naar het vooraf organiseren van situaties, het ontwerpen van passende lessenreeksen en het bewuster analyseren van leerprocessen. Ik ging steeds meer nadenken over de vraag waarom ik bepaalde keuzes maakte en wat deze keuzes opleverden voor het leren van leerlingen.

Ook binnen het samenwerken met collega's werd mijn rol actiever. Waar ik aan het begin van mijn stage vooral bezig was met het uitvoeren van mijn eigen lessen, durfde ik gedurende het schooljaar steeds vaker mijn ideeën en observaties te delen. Hierdoor groeide ik niet alleen als docent, maar ook als collega binnen het team. Om hierin te groeien heb ik mezelf gedurende mijn stage bewust uitgedaagd om niet af te wachten tot collega's mij benaderden, maar zelf contact te zoeken en ideeën te delen. Zo ben ik actief in gesprek gegaan met collega's over wat er binnen de school speelde en heb ik vragen vanuit de school meegenomen in mijn eigen onderwijs. De vraag om extra aandacht te besteden aan oog-handcoördinatie en coöperatieve spelen heb ik bijvoorbeeld vertaald naar mijn lessen en lessenreeksen. Daarnaast ben ik mijn eigen observaties en ideeën vaker gaan delen en heb ik bewust mijn mening uitgesproken wanneer ik mogelijkheden voor verbetering zag. Waar ik aan het begin van mijn stage eerst wilde observeren voordat ik iets inbracht, leerde ik hierdoor om eerder mijn professionele bijdrage te leveren.

Wanneer ik mijn ontwikkeling vergelijk met het begin van mijn afstudeerstage zie ik dat mijn oorspronkelijke ontwikkeldoelen grotendeels zijn bereikt. Ik neem meer initiatief, draag mijn visie duidelijker uit en handel consequenter bij ongewenst gedrag. Tegelijkertijd hebben deze behaalde doelen geleid tot nieuwe ontwikkelpunten, zoals het verder analyseren van leerresultaten, het onderbouwen van keuzes over langere periodes en het nog bewuster afstemmen van lessen op de behoeften van leerlingen. Hierdoor bleef mijn ontwikkeling gedurende het hele schooljaar doorgaan en werden mijn ontwikkeldoelen regelmatig aangepast aan mijn groei als professional.

(Kersten, 2020)

(Graanoogst, 2019)

Zichtbaar in mijn handelen

De ontwikkeldoelen die ik aan het begin van mijn afstudeerstage opstelde en de feedback die ik gedurende het schooljaar ontving, zijn uiteindelijk zichtbaar geworden in mijn dagelijks handelen. Wanneer ik mijn handelen vergelijk met het begin van mijn afstudeerstage zie ik een duidelijke ontwikkeling. Ik spreek verwachtingen duidelijker uit, grijp sneller in bij ongewenst gedrag en gebruik positieve feedback veel bewuster tijdens mijn lessen. Een concreet voorbeeld hiervan is dat ik aan het begin van mijn stage regelmatig wachtte met het corrigeren van ongewenst gedrag. Tegen het einde van mijn stage sprak ik verwachtingen vooraf duidelijk uit, greep ik sneller in wanneer afspraken niet werden nagekomen en gebruikte ik bewust positieve feedback om gewenst gedrag te versterken. Deze verandering past bij de docent die ik wil zijn. Ik geloof dat duidelijke verwachtingen, consequente afspraken en positieve feedback bijdragen aan een veilig leerklimaat waarin leerlingen zich durven ontwikkelen. Daarom is dit niet alleen een verandering in mijn handelen, maar ook een ontwikkeling die aansluit bij mijn persoonlijke waarden en visie op onderwijs. Daarnaast neem ik vaker initiatief binnen samenwerkingen en durf ik mijn visie duidelijker uit te dragen.

Ook ben ik gegroeid in het organiseren van lessen en lessenreeksen. Waar ik in het begin vooral bezig was met het verzorgen van een goede les, denk ik nu bewuster na over de opbouw van lessen over een langere periode, de doelen die ik wil bereiken en de manier waarop ik het leerproces van leerlingen kan ondersteunen. Deze ontwikkeling vind ik belangrijk, omdat ik bewegingsonderwijs niet zie als losse lessen, maar als een doorlopend leerproces waarin leerlingen stap voor stap werken aan hun motorische en persoonlijke ontwikkeling. Daarom ontwerp ik mijn lessen nu veel bewuster vanuit doelen en een langere leerlijn.

Daarnaast ben ik kritischer geworden op mijn eigen handelen. Ik analyseer vaker wat een les heeft opgeleverd, welke keuzes effectief waren en welke aanpassingen nodig zijn om leerlingen beter te laten leren bewegen. Hierdoor maak ik steeds bewustere keuzes die aansluiten bij mijn visie en de behoeften van de leerlingen. Dit past bij mijn wens om mezelf voortdurend te blijven ontwikkelen, wat ook voortkomt uit mijn perfectionisme. Door mijn lessen kritisch te analyseren leer ik niet alleen van wat goed gaat, maar ook van situaties die beter kunnen. Hierdoor maak ik steeds bewustere keuzes die aansluiten bij mijn visie en bij de behoeften van mijn leerlingen.

Wanneer ik terugkijk op mijn ontwikkeling zie ik dat ik ben uitgegroeid tot een docent die bewust handelt vanuit eigen waarden en visie. Ik durf initiatief te nemen, mijn keuzes te onderbouwen, feedback actief te gebruiken en mijn onderwijs voortdurend te verbeteren. Hierdoor voel ik mij beter voorbereid op mijn toekomstige rol als groepsleerkracht en docent bewegingsonderwijs. Tegelijkertijd besef ik dat professionele ontwikkeling nooit stopt en blijf ik mezelf ook de komende jaren bewust uitdagen om verder te groeien.

Conclusie

Wanneer ik terugkijk op deze ontwikkeling zie ik dat alle onderdelen samen hebben bijgedragen aan de professional die ik vandaag ben. Door het stellen van persoonlijke ontwikkeldoelen, het actief gebruiken van het Student Volg Systeem (SVS), het regelmatig ophalen van feedback en het kritisch reflecteren op mijn handelen heb ik mij gedurende mijn afstudeerstage planmatig ontwikkeld als professional. Mijn ontwikkeldoelen zijn behaald doordat ik feedback niet alleen ontving, maar deze ook bewust gebruikte om mijn handelen steeds verder te verbeteren. Na iedere les reflecteerde ik op mijn handelen, paste ik ontvangen feedback toe tijdens volgende lessen en evalueerde ik of mijn aanpak het gewenste effect had. Hierdoor ontstond een continue cyclus van feedback, reflectie, toepassen en evalueren, waardoor mijn ontwikkeling gedurende het schooljaar steeds zichtbaarder werd.

Wanneer ik terugkijk op mijn ontwikkeling zie ik dat ik ben gegroeid in mijn professionele houding, het organiseren van lessen en lessenreeksen, het geven van instructie, het analyseren van mijn onderwijs, het onderbouwen van keuzes en het samenwerken met collega's. Deze ontwikkeling sluit aan bij de docent die ik wil zijn: een docent die initiatief neemt, bewust handelt vanuit een duidelijke visie, open samenwerkt met collega's en voortdurend blijft werken aan de kwaliteit van zijn onderwijs. Mijn persoonlijke waarden, namelijk veiligheid, structuur, respect en samenwerking vormen daarbij nog steeds de basis van mijn handelen.

Hoewel mijn oorspronkelijke ontwikkeldoelen grotendeels zijn bereikt, zie ik professionele ontwikkeling als een voortdurend proces. De komende jaren wil ik mij verder ontwikkelen in het analyseren van leerprocessen over een langere periode, het nog beter onderbouwen van onderwijskeuzes en het verder uitdragen van mijn visie binnen een schoolteam. Daarnaast wil ik mij blijven verdiepen in nieuwe ontwikkelingen binnen het onderwijs en bewegingsonderwijs door middel van scholing, literatuur en praktijkervaringen.

Ik beschouw mijzelf als startbekwaam, omdat ik heb laten zien dat ik planmatig werk aan mijn professionele ontwikkeling, actief feedback ophaal en deze zichtbaar vertaal naar mijn handelen. Ik ben mij bewust van mijn kwaliteiten en van mijn ontwikkelpunten en blijf kritisch reflecteren op mijn eigen handelen. Daardoor heb ik vertrouwen dat ik als groepsleerkracht en docent bewegingsonderwijs op een professionele en verantwoorde manier kan bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen en mezelf als professional blijf ontwikkelen.

(Blankestijn & Partners, sd)

Maak jouw eigen website met JouwWeb