LUK 9. Visie ontwikkelen en uitdragen

Op deze pagina beschrijf ik mijn visie op het vakgebied sport en bewegen en laat ik zien hoe deze visie is ontwikkeld en wordt uitgedragen in mijn handelen. Ik ga in op de invloed van praktijkervaringen, maatschappelijke ontwikkelingen en ethische vraagstukken op mijn visievorming. Daarnaast illustreer ik hoe mijn visie zichtbaar is in mijn handelen als professional binnen het werkveld van sport en bewegen.

Mijn visie op sport en bewegen

Mijn visie op sport en bewegen is dat bewegingsonderwijs leerlingen helpt om beter te leren bewegen én plezier te beleven aan bewegen, zodat zij zich met vertrouwen en motivatie kunnen ontwikkelen. Ik zie sport en bewegen niet alleen als een moment in de week, maar als een belangrijk onderdeel van de totale ontwikkeling van kinderen: motorisch, sociaal én persoonlijk. Ik zie dat kinderen minder bewegen en dat motorische basisvaardigheden onder druk staan. Ook blijkt dat uit onderzoek van het CBS (Nederlands Jeugdinstituut, 2026) dat 39,7 procent van de kinderen van 4 tot 12 jaar niet voldeed aan de beweegrichtlijnen. Daarom vind ik het belangrijk dat lessen uitdagend, toegankelijk en beweegintensief zijn. Mijn visie is mede gevormd door mijn eigen sportachtergrond in het voetbal. Door voetbal heb ik ervaren hoe belangrijk plezier, teamgevoel, structuur en vertrouwen zijn om jezelf te kunnen ontwikkelen. Deze ervaringen neem ik mee in mijn kijk op bewegingsonderwijs.

In mijn lessen staat het sport- en bewegingsonderwijsconcept centraal. Dat betekent dat ik leerlingen zo veel mogelijk laat oefenen in betekenisvolle, (wedstrijd)echte situaties, omdat dit hen voorbereidt op deelname aan de bewegingscultuur. Volgens Crum (2011) leren leerlingen bewegingsvaardigheden het meest betekenisvol wanneer zij deze toepassen in bewegingssituaties die aansluiten bij de bewegingscultuur. Daarom kies ik bewust voor spel- en wedstrijdvormen waarin leerlingen vaardigheden direct leren toepassen in een realistische context. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat niet iedere leerling dezelfde route hoeft te volgen om vooruitgang te boeken. Door niveauverschillen is het soms nodig om activiteiten aan te passen en te differentiëren, zodat elke leerling op zijn of haar eigen niveau kan deelnemen en succeservaringen kan opdoen. Het is namelijk belangrijk dat docenten bij de vaardigheden van hun leerlingen aansluiten om ervoor te zorgen dat kinderen plezier en succes ervaren tijdens de gymles, zodat sterke bewegers genoeg uitdaging krijgen en zwakke bewegers kunnen deelnemen aan de activiteit. Hierdoor zorg je ervoor dat de motivatie hoog is en de kinderen optimaal tot leren komen (Steenbergen et al., 2018). Daarom pas ik opdrachten bewust aan zodat iedere leerling zich kan ontwikkelen vanuit zijn of haar eigen mogelijkheden.

Voor mij is toegankelijkheid een voorwaarde om iedereen te laten leren én plezier te laten ervaren. Onderzoek laat zien dat leerlingen beter leren wanneer zij zich veilig voelen en gemotiveerd zijn om deel te nemen aan activiteiten. Daarom zie ik een positief leerklimaat als een belangrijke voorwaarde om leerlingen tot ontwikkeling te laten komen (Inspectie van het Onderwijs, sd).

(Douglas, 2019)

(poraad.nl, sd)

Daarnaast hecht ik veel waarde aan samen bewegen. Bij samen bewegen worden leerlingen zich bewust van hun eigen rol en gedrag en dat van anderen in beweegsituaties. Zij leren hun eigen (on)mogelijkheden en die van anderen accepteren en daarmee omgaan. Ook leren ze communiceren en samenwerken, en worden ze sociaal vaardig. Denk aan emoties delen en herkennen, feedback geven en ontvangen, en functioneren in een groep (Dummer, 2022).

In de gymzaal leren leerlingen communiceren, rekening houden met elkaar en respectvol omgaan met verschillen. Ik wil dat leerlingen zich veilig voelen om te oefenen, fouten te maken en opnieuw te proberen. Voor mij is het een ethische verantwoordelijkheid om lessen zo te organiseren dat iedere leerling zich veilig voelt en eerlijk kansen krijgt om te leren. Een positief en veilig klimaat draagt bij aan motivatie en aan het geloof in eigen kunnen, waardoor leerlingen eerder uitdagingen aangaan en blijven oefenen (Inspectie van het Onderwijs, sd).

Kortom: ik wil leerlingen beter leren bewegen, het bewegen laten leven in de groep en ervoor zorgen dat iedereen kan deelnemen. Door betekenisvolle oefensituaties, differentiatie en een veilig leerklimaat creëer ik lessen waarin leerlingen zich ontwikkelen met plezier en vertrouwen. Want alleen als er in een groep sprake is van een positief pedagogisch klimaat kunnen kinderen nieuwe vaardigheden leren en dat is natuurlijk erg belangrijk in de gymzaal (Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming, sd).

Ontstaan van mijn visie

Mijn visie op sport en bewegen is niet in één keer ontstaan, maar heeft zich ontwikkeld door mijn praktijkervaringen binnen het reguliere basisonderwijs, mijn persoonlijke waarden en maatschappelijke ontwikkelingen die ik terugzie in mijn dagelijks handelen als (toekomstig) leerkracht en vakdocent. Ook mijn eigen jeugd en sportervaring hebben invloed gehad op mijn visie. Voetbal heeft mij geleerd hoe waardevol het is om onderdeel te zijn van een team, samen ergens voor te werken en te leren omgaan met winnen, verliezen en doorzetten. Tegelijkertijd heb ik ervaren dat plezier en vertrouwen belangrijk zijn om gemotiveerd te blijven bewegen. Hierdoor vind ik het belangrijk dat leerlingen in mijn lessen niet alleen motorisch beter worden, maar ook positieve ervaringen opdoen met samenwerken en bewegen.

Tijdens mijn stages en werkzaamheden als invaljuf heb ik ervaren dat veiligheid, structuur en respect niet vanzelfsprekend zijn. Situaties waarin leerlingen door mij heen praten tijdens uitleg, raakten mij persoonlijk, omdat respect voor mij een belangrijke waarde is. Deze ervaringen maakten mij bewust van mijn professionele verantwoordelijkheid om duidelijke verwachtingen en structuur te bieden. Ik merkte dat wanneer structuur ontbreekt, leerlingen zich minder veilig voelen en het leren en oefenen onder druk komt te staan. Ook zorgt structuur voor een veilig en vertrouwd gevoel, stimuleert zelfredzaamheid, ondersteunt emotionele ontwikkeling en helpt bij het leren en ontwikkelen (De Spelende Kinderopvang, sd). Dit heeft mijn overtuiging versterkt dat een veilig pedagogisch klimaat waarin structuur centraal staat een voorwaarde is voor leren en bewegen.

Daarnaast heb ik ervaren hoe belangrijk toegankelijkheid en differentiatie zijn voor het ontwikkelen van beweegplezier en zelfvertrouwen. Zo had ik een leerling die een koprol niet durfde te maken, omdat deze dit motorisch nog niet beheerste. De leerling vermeed de oefening en gaf aan het spannend te vinden. Door de opdracht aan te passen, bijvoorbeeld door eerst zijwaarts te laten rollen, kon de leerling succeservaringen opdoen en plezier ervaren in het rollen. Vanuit deze positieve ervaring durfde de leerling uiteindelijk ook de koprol te maken. Deze situatie liet mij zien dat leerlingen zich pas durven ontwikkelen wanneer zij zich veilig voelen en wanneer activiteiten worden aangepast aan hun niveau. Dit sluit aan bij de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan (2000), waarin competentie een belangrijke basisbehoefte is. Door leerlingen succeservaringen te laten opdoen, groeit het vertrouwen in eigen kunnen en neemt de motivatie om te leren toe.

(ecbo.nl, 2023)

(Huizenga, 2023)

Deze praktijkervaring sluit aan bij theoretische inzichten over motivatie en leren bewegen. Volgens de zelfdeterminatietheorie (SDT) zijn autonomie, competentie en verbondenheid belangrijke voorwaarden voor motivatie (Deci & Ryan, 2000). Door opdrachten aan te passen en succeservaringen mogelijk te maken, wordt het gevoel van competentie vergroot en durven leerlingen nieuwe uitdagingen aan te gaan. Daarnaast laat onderzoek zien dat een veilig en positief leerklimaat bijdraagt aan motivatie en zelfvertrouwen, waardoor leerlingen actiever deelnemen en beter leren bewegen (Inspectie van het Onderwijs, sd).

Ook maatschappelijke ontwikkelingen hebben invloed gehad op mijn visievorming. Ik zie dat kinderen steeds minder bewegen en dat motorische achterstanden vaker voorkomen (Nederlands Jeugdinstituut, 2026). Dit vraagt volgens mij om bewegingsonderwijs dat uitdagend, beweegintensief en toegankelijk is. Wanneer lessen te eenzijdig of te prestatiegericht zijn, bestaat het risico dat leerlingen afhaken en negatieve beweegervaringen opdoen. Dit staat haaks op mijn overtuiging dat iedere leerling recht heeft op eerlijke kansen om zich te ontwikkelen.

Mijn persoonlijke waarden veiligheid, plezier en structuur vormen de basis van mijn handelen. Ik ben ervan overtuigd dat leerlingen pas optimaal leren wanneer zij weten wat er van hen verwacht wordt, zich veilig voelen om fouten te maken en plezier ervaren in het bewegen (Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming, sd). Deze ervaringen neem ik bewust mee in mijn toekomstige rol als leerkracht en vakdocent, waarin ik blijvend wil sturen op structuur, differentiatie en een positief leerklimaat.

De combinatie van praktijkervaringen, maatschappelijke ontwikkelingen en theoretische inzichten heeft geleid tot de visie die ik nu uitdraag: bewegingsonderwijs waarin beter leren bewegen, toegankelijkheid en veiligheid centraal staan, zodat iedere leerling met vertrouwen en plezier kan deelnemen.

Mijn missie als professional

Mijn missie als professional is om kinderen met plezier, vertrouwen en structuur te laten bewegen. Ik wil gymlessen geven waarin iedere leerling zich veilig voelt, actief mee kan doen en op zijn of haar eigen niveau beter leert bewegen. Bij een succesbeleving overwin je jezelf, je beleeft plezier aan het eigen succes. Er wordt ervaren dat je iets kan en je bent in staat om iets te volbrengen, dat is erg betekenisvol. Daarom vind ik het belangrijk dat leerlingen succeservaringen opdoen, omdat dit ook bijdraagt aan hun motivatie en zelfvertrouwen (Slotboom, 2020).

Als toekomstig leerkracht en vakdocent wil ik sport en bewegen inzetten als middel om kinderen niet alleen motorisch, maar ook sociaal en persoonlijk te laten groeien. In mijn lessen wil ik ruimte bieden voor samenwerken, fouten maken, doorzetten en respectvol omgaan met elkaar. Mijn doel is dat leerlingen ervaren dat bewegen leuk is, dat zij zichzelf kunnen ontwikkelen en dat iedereen op zijn eigen manier kan deelnemen.

In mijn toekomstige werkveld zie ik mezelf als een rustige, gestructureerde en enthousiaste professional die duidelijkheid biedt en tegelijkertijd oog heeft voor het kind achter de beweger. Wat mij hierin onderscheidt, is de combinatie van mijn afgeronde Pabo-opleiding, mijn huidige ALO-opleiding en mijn ervaring als voetballer. Daardoor kijk ik naar bewegingsonderwijs vanuit meerdere perspectieven: als leerkracht, als vakdocent en als sporter. Ik zie de gymles als een plek waar kinderen niet alleen leren bewegen, maar ook leren samenwerken, vertrouwen opbouwen en zichzelf beter leren kennen.

(Jansen, 2020)

(vanjufmarjan.nl, sd)

Visie in de praktijk: zo draag ik deze uit

Mijn visie wordt zichtbaar in de manier waarop ik mijn gymlessen voorbereid en geef. Mijn rustige en gestructureerde manier van werken helpt mij om duidelijkheid te bieden in de gymzaal. Leerlingen komen beter tot bewegen wanneer zij weten wat er van hen verwacht wordt en wanneer er ruimte is om fouten te maken (De Spelende Kinderopvang, sd). Tegelijkertijd probeer ik mijn enthousiasme voor sport en bewegen over te brengen, zodat leerlingen ervaren dat bewegen leuk en waardevol is. Ik probeer steeds lessen te ontwerpen waarin leerlingen veel bewegen, plezier ervaren en op hun eigen niveau beter leren bewegen. Daarbij let ik bewust op veiligheid, structuur, samenwerking en succeservaringen, omdat dit voor mij voorwaarden zijn om tot leren te komen.

Een voorbeeld hiervan is het inzetten van coöperatieve werkvormen tijdens mijn gymlessen. Tijdens mijn stage merkte ik dat samenwerken niet voor iedere leerling vanzelfsprekend is. Sommige leerlingen wilden vooral met vaste vriendjes of vriendinnetjes samenwerken, terwijl anderen moeite hadden met overleggen, luisteren of omgaan met winnen en verliezen. Door bewust samenwerkingsopdrachten aan te bieden, zoals spellen waarbij leerlingen elkaar nodig hebben om tot een oplossing te komen, stimuleerde ik leerlingen om te communiceren, afspraken te maken en rekening te houden met elkaar. Dit sloot ook aan bij de waarden die ik binnen mijn stageschool terugzag, zoals respectvol omgaan met elkaar, verantwoordelijkheid nemen en samen leren. Mijn eigen waarden veiligheid, plezier en structuur kwamen hierin samen met de waarden van de organisatie. Op deze manier werd bewegen niet alleen een middel om motorisch beter te worden, maar ook om samen te leren functioneren. Dit sluit aan bij de socialisatiedoelstelling van Biesta (2020), waarin leerlingen leren omgaan met anderen, samenwerken en deelnemen aan de samenleving. Ik merk in de praktijk dat leerlingen hierdoor niet alleen motorisch groeien, maar ook socialer en verantwoordelijker worden.

Hierin droeg ik mijn visie uit door niet alleen te kijken naar de motorische uitvoering, maar ook naar het sociale leerproces. Ik maakte vooraf duidelijk wat ik van leerlingen verwachtte, gaf positieve feedback op samenwerking en stelde reflectievragen zoals: Wie heeft iemand geholpen? of Wat deden jullie toen iets niet lukte? Op deze manier werd bewegen niet alleen een middel om motorisch beter te worden, maar ook om samen te leren functioneren (Dummer, 2022). Hierdoor worden leerlingen zich ook bewust van hun eigen gedrag en dat vind ik belangrijk in de gymzaal.

Ook mijn waarde structuur kwam hierin terug. Door duidelijke regels, vaste verwachtingen en een korte reflectie aan het einde van de les wisten leerlingen beter wat de bedoeling was. Dit zorgde voor meer rust, veiligheid en betrokkenheid. Zo werd mijn visie zichtbaar in mijn handelen: leerlingen kregen de kans om actief te bewegen, plezier te ervaren en tegelijkertijd te oefenen met respectvol samenwerken.

Spanningen en tegenstrijdigheden

Hoewel ik in mijn visie veel waarde hecht aan veiligheid, plezier, structuur en toegankelijkheid, merk ik in de praktijk dat het niet altijd lukt om deze waarden volledig tegelijk waar te maken. Soms vraagt een lessituatie om snel handelen, terwijl ik eigenlijk meer tijd zou willen nemen om een activiteit rustig aan te passen aan het niveau van iedere leerling.

Een spanning die ik regelmatig ervaar, is de balans tussen structuur bieden en ruimte geven aan leerlingen. Ik vind structuur belangrijk, omdat leerlingen duidelijkheid nodig hebben om zich veilig te voelen en goed te kunnen leren (Dummer, 2022). Tegelijkertijd wil ik leerlingen ook ruimte geven om zelf keuzes te maken, samen oplossingen te bedenken en verantwoordelijkheid te nemen. In de praktijk merk ik dat ik soms snel geneigd ben om veel zelf te sturen, terwijl mijn visie juist ook vraagt om eigenaarschap bij leerlingen. Dit heeft invloed op mijn eigen ontwikkeling als professional. Omdat ik van nature rustig en gestructureerd ben, vind ik het prettig om overzicht en controle te houden. Mijn valkuil is dat mijn behoefte aan structuur soms kan doorslaan in te veel controle, waardoor leerlingen minder ruimte krijgen om zelf verantwoordelijkheid te nemen.

Ook merk ik een spanning tussen beter leren bewegen en plezier blijven ervaren. Ik wil leerlingen motorisch verder helpen en gerichte feedback geven, maar ik moet ervoor waken dat de nadruk niet te veel komt te liggen op wat nog beter kan. Wanneer leerlingen vooral ervaren dat iets “niet goed genoeg” is, kan dit ten koste gaan van hun zelfvertrouwen en plezier. Daarom probeer ik feedback steeds positief en haalbaar te formuleren, zodat leerlingen weten wat de volgende stap is én succes ervaren.

Deze tegenstrijdigheden laten mij zien dat mijn visie niet vaststaat, maar zich blijft ontwikkelen door praktijkervaringen, feedback en reflectie. Door te reflecteren op mijn handelen, feedback te vragen en bewust keuzes te maken in mijn lessen, ontwikkel ik mij verder als professional. Mijn doel is om steeds beter de balans te vinden tussen structuur en ruimte, tussen verbeteren en beleven, en tussen mijn eigen sturing en de ontwikkeling van leerlingen.

(morgenwereld.nu, sd)

Afsluitend

Samenvattend is mijn visie gevormd door mijn achtergrond als Pabo-afgestudeerde, ALO-student, voetballer, stagiair en invaljuf. Deze ervaringen hebben mij geleerd dat goed bewegingsonderwijs vraagt om veiligheid, plezier, structuur en oog voor verschillen. Vanuit deze basis wil ik mij verder ontwikkelen tot een professional die kinderen met vertrouwen en plezier beter leert bewegen.